motvillig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • mot·vil·lig
Woordherkomst en -opbouw

Bijvoeglijk naamwoord

motvillig

  1. schoorvoetend, met tegenzin, terughoudend
    «Vi har litt motvillig akseptert at ingen røykere skal kunne få jobb.»
    We hebben lichtelijk terughoudend geaccepterd dat geen rokers de baan krijgen kunnen.
Verbuiging
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald
(sterk)
m/v enkelvoud motvillig mer motvillig mest motvillig
o enkelvoud motvillig
meervoud motvillige
bepaald
(zwak)
enkelvoud en
meervoud
motvillige mer motvillig mest motvillige
Verwante begrippen

Bijwoord

motvillig

  1. schoorvoetend
Synoniemen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • mot·vil·lig
Woordherkomst en -opbouw

Bijvoeglijk naamwoord

motvillig

  1. schoorvoetend, met tegenzin, terughoudend
Verbuiging
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald
(sterk)
m/v enkelvoud motvillig meir motvillig mest motvillig
o enkelvoud motvillig
meervoud motvillige
bepaald
(zwak)
enkelvoud en
meervoud
motvillige meir motvillig mest motvillige
Verwante begrippen

Bijwoord

motvillig

  1. schoorvoetend
Synoniemen