monolaag

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mo·no·laag
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord monolaag monolagen
verkleinwoord monolaagje monolaagjes

Zelfstandig naamwoord

monolaag v/m

  1. (scheikunde) een enkele laag moleculen of atomen op een oppervlak
    • Het is met deze methode mogelijk een enkele monolaag te detecteren. 

Gangbaarheid