monitoraat

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mo·ni·to·raat
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord monitoraat monitoraten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

monitoraat o

  1. instantie belast met de studiebegeleiding van studenten of andere vorm van toezicht
  2. gebouw waar een monitoraat gevestigd is

Gangbaarheid

53 % van de Nederlanders;
84 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be