monitoraat

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mo·ni·to·raat
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord monitoraat monitoraten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

monitoraat o

  1. instantie belast met de studiebegeleiding van studenten of andere vorm van toezicht
  2. gebouw waar een monitoraat gevestigd is

Gangbaarheid

54 % van de Nederlanders;
86 % van de Vlamingen.

Meer informatie