moerasachtig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • moe·ras·ach·tig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen moerasachtig moerasachtiger moerasachtigst
verbogen moerasachtige moerasachtigere moerasachtigste
partitief moerasachtigs moerasachtigers -

Bijvoeglijk naamwoord

moerasachtig

  1. gelijkend op, of eigenschappen hebbend van moeras
    • Jouw definitie van een paard. `Viervoeter. Graseter. Veertig tanden, en wel vierentwintig kiezen, vier hoektanden en twaalf snijtanden. Krijgt in het voorjaar een nieuwe vacht en in moerasachtige gebieden ook nieuwe hoeven. Harde hoeven, maar moeten beslagen worden met ijzer. Leeftijd afleesbaar aan gebit.' (uit Zware tijden van Charles Dickens). 
Synoniemen

Gangbaarheid