modulus

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mo·du·lus
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord modulus moduli
modulussen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

modulus m

  1. vaste maat als basis voor de verhouding van de onderdelen, bv. in de bouw
  2. gietvorm
  3. grootheid waarmee de logaritmen uit een stelsel vermenigvuldigd moeten worden, om de overeenkomstige logaritmen van een ander stelsel te krijgen
  4. doorsnede van munten en gedenkpenningen
Hyponiemen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl