modiste
Uiterlijk
- mo·dis·te
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | modiste | modistes |
| verkleinwoord | modistetje | modistetjes |
de modiste v
- (beroep) vrouw die modeartikelen verkoopt
- (beroep) vrouw die betrokken is bij het maken van modeartikelen
- ▸ De namen van de aangeboden vakken roepen een sfeer van lang geleden op: modinette, costumière, tailleuse, coupeuse, coupeuse-leidster, handwerkontwerpster, modiste en lerares-coupeuse.[3]
- Het woord modiste staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "modiste" herkend door:
| 55 % | van de Nederlanders; |
| 65 % | van de Vlamingen.[4] |
- ↑ modiste op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Weblink bron Christine Stam-van Gent“Ruim baan voor eigen ontwerp” (am-van Gent 16-10-2009), Reformatorisch Dagblad - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be