modehuis

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

modehuis Meddens in Den-Haag
Uitspraak
Woordafbreking
  • mo·de·huis
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord modehuis modehuizen
verkleinwoord modehuisje modehuisjes

Zelfstandig naamwoord

modehuis o

  1. een winkel waar men (dames)kleding kan kopen
    • Ze herinnert zich hoe ze in de jaren zestig met haar moeder en drie oudere zussen naar het modehuis Meddens in Den Haag ging om handschoenen te kopen. De Van den Borns waren „een beetje een kakfamilie, zal ik maar zeggen” - en volgens haar ging Meddens speciaal voor hen open.[1] 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. NRC Milou van Rossum 5 december 2016