minzaam

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • min·zaam
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen minzaam minzamer minzaamst
verbogen minzame minzamere minzaamste
partitief minzaams minzamers -

Bijvoeglijk naamwoord

minzaam

  1. beleefd en vriendelijk tegen iemand die je minder acht dan jezelf
    Hij sprak op minzame manier met zijn knecht.
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders
96 % van de Vlamingen.
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl