merkwaardig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • merk·waar·dig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen merkwaardig merkwaardiger merkwaardigst
verbogen merkwaardige merkwaardigere merkwaardigste
partitief merkwaardigs merkwaardigers -

Bijvoeglijk naamwoord

merkwaardig

  1. vreemd, raar
    • Wij zijn nog steeds verbijsterd door die merkwaardige openbaring. 
    • De hofdansen zijn merkwaardig, er is een ganzenrace in slow-motion: het potsierlijke van de pruikentijd buit hij uit tot in het extreme. [1] 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen