meesterlijk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mees·ter·lijk
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen meesterlijk meesterlijker meesterlijkst
verbogen meesterlijke meesterlijkere meesterlijkste
partitief meesterlijks meesterlijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

meesterlijk

  1. zo heel goed als een meester zou doen, zo goed dat het de meesterproef zou doorstaan.
    De pianist speelt meesterlijk.
    Dat is een meesterlijk boek.
Synoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.