meesterlijk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mees·ter·lijk
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen meesterlijk meesterlijker meesterlijkst
verbogen meesterlijke meesterlijkere meesterlijkste
partitief meesterlijks meesterlijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

meesterlijk

  1. zo heel goed als een meester zou doen, zo goed dat het de meesterproef zou doorstaan.
    De pianist speelt meesterlijk.
    Dat is een meesterlijk boek.
Synoniemen