mechanica

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • me·cha·ni·ca
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘theoretische werktuigkunde’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1740 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord mechanica -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

mechanica v

  1. (natuurkunde) natuurkunde die zich bezighoudt met het evenwicht en de beweging van lichamen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen


Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen