matrix

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ma·trix
enkelvoud meervoud
naamwoord matrix matrices
matrixen
verkleinwoord matrixje matrixjes

Zelfstandig naamwoord

matrix v

  1. (wiskunde) een rechthoekig blok getallen waaraan bepaalde rekenregels toegekend worden
    • Het vermenigvuldigen van twee matrices commuteert niet, zodat A.B niet hetzelfde is als B.A. 
  2. (scheikunde), (geologie) het materiaal waarin iets ingebed zit
Hyponiemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie


Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
matrix matrices

Zelfstandig naamwoord

matrix

  1. (wiskunde) matrix