matrix

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ma·trix
enkelvoud meervoud
naamwoord matrix matrices
matrixen
verkleinwoord matrixje matrixjes

Zelfstandig naamwoord

matrix v

  1. (wiskunde) een rechthoekig blok getallen waaraan bepaalde rekenregels toegekend worden
    Het vermenigvuldigen van twee matrices commuteert niet, zodat A.B niet hetzelfde is als B.A.
  2. (scheikunde), (geologie) het materiaal waarin iets ingebed zit
Hyponiemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie


Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
matrix matrices

Zelfstandig naamwoord

matrix

  1. (wiskunde) matrix