margriet

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Een margriet.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mar·griet
enkelvoud meervoud
naamwoord margriet margrieten
verkleinwoord margrietje margrietjes

Zelfstandig naamwoord

margriet v/m

  1. (plantkunde) Leucanthemum, een plantenfamilie waarvan de samengestelde bloem bestaat uit een geel hart en witte bloembladeren
    • Hij kocht een bos margrieten voor zijn vriendin. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie