marechaussee

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ma·re·chaus·see
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘militair politiekorps’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1815 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord marechaussee marechaussees
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

marechaussee m

  1. (beroep) Lid van het korps Marechaussee.
    • De marechaussee zorgt voor de politiedienst van de strijdkrachten en voor de controle van het grensoverschrijdend personenverkeer. 

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
68 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen