maatwerk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • maat·werk
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord maatwerk
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

maatwerk o

  1. op maat gemaakt, toegespitst op de specifieke wensen van de klant.
    • Zijn kleding was maatwerk. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.