lustoord

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lust·oord
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord lustoord lustoorden
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

lustoord o [1]

  1. aangenaam oord, streek waar het verrukkelijk vertoeven is

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
89 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen