loverboy

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lo·ver·boy
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord loverboy loverboys
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

loverboy m

  1. pooier die meisjes verliefd op hem maakt om ze vervolgens in de prostitutie te doen belanden of in andere illegale activiteiten uit te buiten (drugshandel)
    • de 18-jarige loverboy droeg een Armani-pak en reed in een BMW 
Hyponiemen
Verwante begrippen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie