loopgracht

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

soldaten in een loopgracht
Uitspraak
Woordafbreking
  • loop·gracht
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord loopgracht loopgrachten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

loopgracht v/m [1]

  1. (militair) een uitgegraven geul, diep en breed genoeg dat men er in kan lopen zonder bloot te staan aan vijandelijk vuur
    • De soldaat maakte de granaat onder het oog van zijn overste klaar voor ontploffing en gooide hem daarna weg. Alleen verliep dat niet zoals gepland: het explosief belandde tegen een muur voor hen en kaatste terug.De officier reageerde gelukkig bliksemsnel en trok de soldaat met zich mee een loopgracht in. [2] 
    • Getekend door vier jaar ellende in de loopgrachten, gaat hij op weg naar huis en op zoek naar zichzelf door een land in totale chaos. [3] 
Synoniemen

Gangbaarheid

85 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen