loopgraaf

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

soldaten in een loopgraaf
Uitspraak
Woordafbreking
  • loop·graaf
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘gang in de grond voor dekking tegen de vijand’ voor het eerst aangetroffen in 1599 [1]
  • samenstelling van  loop ww  en  graaf   , (stam van het werkwoord graven)
enkelvoud meervoud
naamwoord loopgraaf loopgraven
verkleinwoord loopgraafje loopgraafjes

Zelfstandig naamwoord

loopgraaf v/m

  1. (militair) een uitgegraven geul, diep en breed genoeg dat men er in kan lopen zonder bloot te staan aan vijandelijk vuur
    • In de Eerste Wereldoorlog waren de loopgraven bij de IJzer berucht omdat er erg veel slachtoffers vielen. 
    • Als hij zelfverzekerd door de loopgraven beende en zich tot de mannen richtte, kon hij net zo veel enthousiasme als hij wilde in zijn woorden leggen als hij refereerde aan de verpletterende nederlaag van de vijand die met een laatste salvo de genadeslag zou krijgen, maar de mannen gaven hem alleen wat vaag gemopper ten antwoord en stemden voorzichtigheidshalve zwijgend toe door naar hun kistjes te kijken. [2] 
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen