lommerd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lom·merd
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘pandjeshuis’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1429 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord lommerd lommerds
verkleinwoord lommerdje lommerdjes

Zelfstandig naamwoord

lommerd m

  1. een kredietinstelling waar leningen afgesloten kunnen worden tegen een onderpand van roerende goederen, waarbij die goederen bij niet terugbetalen door de lommerd worden verkocht.
    • Bij de lommerd kunnen juwelen, zilverwerk, kunst- en siervoorwerpen en boeken als onderpand gebruikt worden als lening. 
Synoniemen
Verwante begrippen

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders;
77 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen