lexicon
Uiterlijk
- lexi·con
- van het Grieks 'leksikón' (woordenlijst)
- Leenwoord uit het Grieks, in de betekenis van ‘woordenboek’ voor het eerst aangetroffen in 1635 [1] [2]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | lexicon | lexica lexicons |
| verkleinwoord | lexiconnetje | lexiconnetjes |
- woordenboek
- alfabetisch geordend overzicht van termen in een vakgebied
- woordenschat van een taal of van een bepaalde persoon
- Het woord lexicon staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "lexicon" herkend door:
| 86 % | van de Nederlanders; |
| 87 % | van de Vlamingen.[4] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "lexicon" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ lexicon op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 7
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 86 %
- Prevalentie Vlaanderen 87 %