levi
Uiterlijk
- le·vi
- Herkomst: Hebreeuws, letterlijk: volgens Gen. 29:34 verband met 'zich aansluiten' [1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | levi | levi leviiem |
| verkleinwoord |
levi
- (Jiddisch-Hebreeuws) persoon met een functie in de tempel van de uit Levi voortgekomen stam van Israël
- (Jiddisch-Hebreeuws) meervoud daarvan
- Hoofdlettergebruik: benaming persoon: Levi; benaming functie: levi
- Het woord 'levi' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.