levertijd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • le·ver·tijd
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord levertijd levertijden
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

levertijd m [1]

  1. (handel) termijn waarbinnen een levering kan of moet plaatsvinden

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.

Verwijzingen