levensdoel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • le·vens·doel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord levensdoel levensdoelen
verkleinwoord levensdoeltje levensdoeltjes

Zelfstandig naamwoord

levensdoel o [1]

  1. (filosofie) het doel wat men zich in het leven stelt, iets waarvoor men leeft

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen