lernen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ler·nen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
lernen
lernde
gelernd
zwak -d volledig

Werkwoord

lernen

  1. (Jiddisch-Hebreeuws) bestuderen van de Tora en andere godsdienstige geschriften

Gangbaarheid

Verwijzingen

Duits

Uitspraak

Geluid:  lernen    (hulp, bestand)

  • IPA: /ˈlɛʁnən/
Woordafbreking
  • ler·nen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
lernen
/ˈlɛʁnən/
lernte
/ˈlɛʁntə/
gelernt
/gəˈlɛʁnt/
volledig

Werkwoord

lernen

  1. overgankelijk leren

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 17.04.2021 Weblink bron lernen in: Wolfgang Pfeifer et al. Etymologisches Wörterbuch des Deutschen (1993), digitalisierte und von Wolfgang Pfeifer überarbeitete Version im Digitalen Wörterbuch der deutschen Sprache op dwds.de