leiderschap

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lei·der·schap
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord leiderschap leiderschappen
verkleinwoord leiderschapje leiderschapjes

Zelfstandig naamwoord

leiderschap o

  1. het geheel aan leiding geven aan medewerkers en volgelingen
    • Onder het leiderschap van Mozes was duidelijk wie er wel en niet bij hoorde.[1] 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen