leerzaam
Uiterlijk
- leer·zaam
- Naamwoord van handeling van leren met het achtervoegsel -zaam [1]
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | leerzaam | leerzamer | leerzaamst |
| verbogen | leerzame | leerzamere | leerzaamste |
| partitief | leerzaams | leerzamers | - |
leerzaam
- waarvan men veel kan leren
- Die pijnlijke gebeurtenis was een leerzame ervaring.
- Het woord leerzaam staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "leerzaam" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[2] |
- ↑ leerzaam op website: Etymologiebank.nl
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 8
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -zaam in het Nederlands
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 100 %