leekten af
Uiterlijk
- Geluid: leekten af (hulp, bestand)
- IPA: / ˈlektə(n) ˈɑf / (3 lettergrepen)
- leek·ten af
| vervoeging van |
|---|
| afleken |
leekten (…) af
- meervoud verleden tijd van afleken
- Wij leekten af.
- Jullie leekten af.
- Zij leekten af.
- Wij leekten af.
- Het woord 'leekten af' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.