lectrice
Uiterlijk
- lec·tri·ce
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | lectrice | lectrices |
| verkleinwoord | lectricetje | lectricetjes |
de lectrice v
- voorlezeres; vrouwelijke voorlezer
- Het woord lectrice staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "lectrice" herkend door:
| 63 % | van de Nederlanders; |
| 63 % | van de Vlamingen.[2] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ lectrice op website: Etymologiebank.nl
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| lectrice | la lectrice | lectrices | les lectrices |
lectrice v
- vrouwelijke vorm van lecteur
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 8
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -rice in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 63 %
- Prevalentie Vlaanderen 63 %
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 8
- Woorden in het Frans met audioweergave
- Woorden in het Frans met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Frans