Naar inhoud springen

lectrice

Uit WikiWoordenboek
  • lec·tri·ce
enkelvoud meervoud
naamwoord lectrice lectrices
verkleinwoord lectricetje lectricetjes

delectricev

  1. voorlezeres; vrouwelijke voorlezer
63 %van de Nederlanders;
63 %van de Vlamingen.[2]


enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  lectrice     la lectrice     lectrices     les lectrices  

lectrice v

  1. lezeres
  2. voorlezeres; lectrice