lanzarse

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Spaans

stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
lanzarse
lanzaba
lanzado
volledig

Werkwoord

lanzarse

Woordafbreking
  • lan·zar·se
  1. wederkerend (figuurlijk) stuiven, stormen, snellen, vliegen
  2. zich storten, zich werpen
    «lanzarse a la calle»
    de straat ophollen