Naar inhoud springen

lagen

Uit WikiWoordenboek
  • la·gen
vervoeging van
liggen

lagen

  1. meervoud verleden tijd van liggen
    • Wij lagen. 
    • Jullie lagen. 
    • Zij lagen. 
     Haar kleren lagen verspreid over de stoffige vloerplanken, hier kousen als vervelde slangenhuiden, daar een blouse, geplet tijdens Sarahs poging om aan de werkelijkheid te ontsnappen.[1]
     In een urinoir kan het ook soms moeilijk zijn om met iemand naast je te plassen. Hier was het nog lastiger omdat er twee mensen naast mij lagen, waarvan één tot overmaat van ramp de enige aanwezige vrouw was.[2]

delagenmv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord laag
     Teresa wist dat de verhouding tussen haar broer en dit meisje niet in balans was, maar ze betwijfelde of Olive zich bewust was van deze lagen van dwaze verliefdheid en angst, die ze nu met haar eigen hand aan het licht bracht.[1]
     Leger en leger, en woorden als keer, die op het eerste gezicht saai leken, maar verraderlijk veel lagen hadden.[1]
98 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[3]
  1. 1 2 3
    Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  2. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
  • la·gen

lagen, g

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van lage