kwajongensachtig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kwa·jon·gens·ach·tig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen kwajongensachtig kwajongensachtiger kwajongensachtigst
verbogen kwajongensachtige kwajongensachtigere kwajongensachtigste
partitief kwajongensachtigs kwajongensachtigers -

Bijvoeglijk naamwoord

kwajongensachtig

  1. gelijkend op, of eigenschappen hebbend van kwajongens
    • Dat waren weer eens van die kwajongensachtige streken van hem, wanneer wordt hij nou eindelijk eens volwassen! 
Synoniemen

Gangbaarheid