kraanzaag

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kraan·zaag
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kraanzaag -
verkleinwoord kraanzaagje kraanzaagjes

Zelfstandig naamwoord

kraanzaag v / m [1]

  1. (gereedschap) Een kraanzaag werd gebruikt voor het zagen van planken of balken uit een boom die hoog was geplaatst op twee bokken. Hij werd door twee personen bediend waarvan er één boven en één onder de stam stond. Het bovenste handvat werd gevormd door een stok door het oog bovenaan de zaag, aan de onderzijde zat een afneembaar handvat

Gangbaarheid

Verwijzingen