kooktijd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kook·tijd
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kooktijd kooktijden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

kooktijd m [1]

  1. de tijd die nodig is om voedsel gaar te maken
    • De kooktijd kun je verkorten door de onderkant van de spruitjes kruislings in te kerven.[2] 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Janneke Vreugdenhil 13 oktober 2015