koningschieten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: koning schieten
1. Het koningschieten op het schuttersfeest te Neeritter in 1938

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ko·ning·schie·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
koningschieten
-
koninggeschoten
onvolledig

Werkwoord

koningschieten

  1. inergatief feestelijke wedstrijd waarbij schutters schieten op een houten vogel bovenop een hoge paal of boom, waarbij de laatste treffer de eretitel "koning" oplevert
    • Er werd vanaf die tijd weer koninggeschoten. 
Synoniemen
Opmerkingen
  • De frase koning schieten en het werkwoord koningschieten hebben betrekking op dezelfde traditie, maar er is een belangrijk verschil in betekenis: er kunnen velen koningschieten, daarvan kan er maar één koning schieten. Van het werkwoord koningschieten zijn persoonsvormen weinig gangbaar, de frase koning schieten wordt wel gewoon vervoegd.

Meer informatie

Gangbaarheid