komaf

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kom·af
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord komaf -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

komaf m

  1. afkomst
    • Op tv is een rapper van Marokkaanse komaf. 
    • De prins gaat trouwen met een vrouw van burgerlijke komaf. 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen