koffieshop

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kof·fie·shop
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord koffieshop koffieshops
verkleinwoord koffieshopje koffieshopjes

Zelfstandig naamwoord

koffieshop m

  1. gelegenheid waar men voornamelijk koffie kan drinken
  2. gelegenheid waar men softdrugs kan kopen en gebruiken
Synoniemen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be