koffieleut

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kof·fie·leut
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord koffieleut koffieleuten
verkleinwoord koffieleutje koffieleutjes

Zelfstandig naamwoord

koffieleut v / m

  1. iemand die graag en veel koffie drinkt

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
63 % van de Vlamingen.