koeltas

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • koel·tas
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord koeltas koeltassen
verkleinwoord koeltasje koeltasjes

Zelfstandig naamwoord

koeltas v/m [1]

  1. tas waarin met etenswaren en dranken koel kan houden door middel van voorgekoelde koelelementen
    • Dat was mijn eer te na en ik vroeg of ik niet mee kon doen. Geen probleem, zei ze, en even later vond ik mezelf terug tussen een stel opgewonden leerlingen van het ROC. Zij voorzagen me van een messenset, een pollepel en een snijplank. De bijbehorende koeltas bevatte paprika, tomaat, sjalotjes, bosuitjes, knoflook, taugé, kip en rijstvellen. Op tafel zag ik bosjes verse koriander, olijfolie, teriyakisaus, peper en zout. De ceremoniemeester riep: De deuren gaan nú dicht. [2] 
    • De Voedselbank hanteert strenge regels. Eén keer een voedselpakket zonder reden niet ophalen, betekent dat je wordt geschrapt van de lijst. Ben je niet in staat het pakket op te halen, dan moet je iemand anders regelen. Gekoelde artikelen moeten mee in een koeltas (2.50 borg) van de Voedselbank. [3] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen