knetter

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • knet·ter
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen knetter knetterder knetterst
verbogen (alleen
predicaat)
- -

Bijvoeglijk naamwoord

knetter

  1. waanzinnig gedrag vertonend
  2. versterkend voorvoegsel heel erg (gebruikt als eerste deel van een samenstelling om de kenmerkende eigenschap van het tweede deel te benadrukken)
Synoniemen
  1. [1] stapelgek
Afgeleide begrippen

Werkwoord

vervoeging van
knetteren

knetter

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van knetteren
    • Ik knetter. 
  2. gebiedende wijs van knetteren
    • Knetter! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van knetteren
    • Knetter je? 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be