knarsen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • knar·sen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
knarsen
knarste
geknarst
zwak -t volledig

Werkwoord

knarsen

  1. inergatief geluid voortbrengen door twee hard oneffen voorwerpen met kracht over elkaar heen te bewegen
    • Het roestige scharnier knarste en Jan haalde de oliespuit voor de dag. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.