kluft

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kluft
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kluft kluften
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

kluft v/m

  1. wijk of buurtschap van een dorp
    • De postbode kwam in een 'botie', terwijl een jong stel in een 'botie' giechelend over de achtergracht langs de kluften naar het hooiland voer. [3] 

Gangbaarheid

27 % van de Nederlanders;
25 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen