klokslag

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • klok·slag
Woordherkomst en -opbouw
  • samenstelling van klok (zowel als muziek instrument dat geluid maakt, als instrument dat de tijd aangeeft) en slag
enkelvoud meervoud
naamwoord klokslag klokslagen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

klokslag m [1]

  1. heel plecies op tijd zijn op een moment dat de klok het hele of halve uur slaat
    We spreken af om klokslag 12 uur morgen middag bij de ingang van de school.
  2. het slaan van de klok
    Aan het slot klinkt de vraag: „Wilt u nog kinderen?” Hamerende klokslagen luiden de voorstelling uit.[2]
Verwijzingen
  1. Woordenboek der Nederlandse taal
  2. NRC Kester Freriks 20 september 2016