Naar inhoud springen

klerenkast

Uit WikiWoordenboek
  • kle·ren·kast
enkelvoud meervoud
naamwoord klerenkast klerenkasten
verkleinwoord klerenkastje klerenkastjes

deklerenkastv/m

  1. een meubel waarin men kleren kan opbergen
    • Iedere vrouw heeft het recht op een klerenkast die tweemaal zo groot is als die van haar man. 
     Aan de andere kant van de kamer stond een klerenkast waarvan een deur openstond.[1]
     Had ze daarom over ratten gedroomd? 'Teresa, luister je wel?' 'Ja, señora,' zei ze, terwijl ze het laatste hemdje opvouwde en in de lade van de klerenkast legde.[2]
  2. (figuurlijk) zeer sterke man
  1. Johan Harstad
    “Max, Mischa & het Tet-offensief” (2017), Podium (uitgeverij), ISBN 9789057598500
  2. Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704