kinderhoofd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

[1] kinderhoofd
Uitspraak
Woordafbreking
  • kin·der·hoofd
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kinderhoofd kinderhoofden
verkleinwoord kinderhoofdje kinderhoofdjes

Zelfstandig naamwoord

kinderhoofd o [1]

  1. het hoofd van een kind
    • Al van de bierfiets gehoord? Dat is een soort rijdende bar met een biertap waaraan zeer treurige provincialen zitten en zij bewegen het vehikel voort door stevig te trappen. Het is meestal een clubje sneue mannen dat iets te vieren heeft. Vrijgezellenfeestjes en zo. Het ziet er doorgaans zeer tragisch uit. Wat me altijd wel opvalt is dat de mannen lol hebben. Veel lol zelfs. Schreeuwlol en joellawaai. Wij zullen horen dat ze het leuk hebben. Want ze hebben het namelijk erg leuk. Een kinderhoofd is gauw gevuld. [2] 
  2. iets wat zo groot is als het hoofd van kind
    • Snertweer is niet exclusief voor de zomer van 2016. Zo werd West-Europa op 1 augustus 1674 geteisterd door een noodweer dat zijn weerga niet kende. In berichten uit Straatsburg was de aloude vergelijking met duiveneieren niet voldoende om de afmetingen van de hagelstenen aan te geven: daar zouden ijsklompen ter grootte van kinderhoofden uit de lucht zijn gekomen. En in Antwerpen vaagde een windhoos een hele brug weg. [3] 
  3. een steen zo groot als een kinderhoofd
Synoniemen


Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC 13 juni 2009
  3. NRC Bram de Klerck 7 juli 2016