kikkerbil

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Kikkerbilletjes
Uitspraak
Woordafbreking
  • kik·ker·bil
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kikkerbil kikkerbillen
verkleinwoord kikkerbilletje kikkerbilletjes

Zelfstandig naamwoord

kikkerbil v/m [1]

  1. achterpoot en bil van een kikker als gerecht
    • De gastvrije, onberispelijke en witgehandschoende bediening presenteert een parade van fabelachtige gerechten, een bitterbal van kikkerbil, palingsushi met parels, ravioli van paprika met Serranoham en krokante aardappel, drie texturen van rivierkreeft, een gekarameliseerd tomaatje met sesamzaad - mwoh! - levermousse met bietengelei, appel en zilte cress. En dat zijn nog maar de amuses, een lust voor de kleinproever. [2] 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Joep Habets 30 augustus 2008
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be