kift

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kift
enkelvoud meervoud
naamwoord kift -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

kift v/m

  1. jaloezie, afgunst

Werkwoord

vervoeging van
kiften

kift

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van kiften
  2. gebiedende wijs van kiften

Gangbaarheid

82 % van de Nederlanders;
38 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be