ket
Uiterlijk
- ket
- Vooral aangetroffen in de kustdialecten (van Vlaanderen tot aan Groningen), bijv. Zeeuws kirre, Hollands kidde, Fries kedde, mogelijk een vroege ontlening aan Oudnoords kið "geitje" [1], met een semantische verschuiving van "geitje" naar "paardje" (en later ook "kind, jochie"). De Oudnoordse vorm is ook in het Engels (kid) terechtgekomen, met behoud van betekenis. [2] [3] [4]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | ket | ketten |
| verkleinwoord | ketje | ketjes |
- Het woord ket staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "ket" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ ket op website: Etymologiebank.nl
- ↑ ket op website: Etymologiebank.nl
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 3
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 1 lettergreep in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Onevenhoevigen in het Nederlands
- Zoogdieren in het Nederlands
- Informeel in het Nederlands
- Persoon in het Nederlands
- Pregnant in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal