keepen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kee·pen
Woordherkomst en -opbouw
  • van het Engelse 'to keep'
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
keepen
keepte
gekeept
zwak -t volledig

Werkwoord

keepen

  1. (sport) onovergankelijk proberen de bal of puck uit het doel te houden
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

87 % van de Nederlanders;
68 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be