karveel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kar·veel
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans of Portugees, in de betekenis van ‘schip’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1533 [1] [2] [3]
enkelvoud meervoud
naamwoord karveel karveels
karvelen
verkleinwoord karveeltje karveeltjes

Zelfstandig naamwoord

karveel m / v / o [4] [5]

  1. (scheepvaart) gladboordig gebouwd (relatief) snel zeilschip uit Spanje en Portugal
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

48 % van de Nederlanders;
71 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen